Cannabis in Italië
De Italiaanse rechtbanken blijven het verbod op CBD-bloemen in Italië afzwakken
De juridische strijd in Italië rond hennepbloemen en ‘cannabis light’ wordt steeds heviger, nu twee regionale administratieve rechtbanken uitspraken hebben gedaan die het ‘veiligheidsdecreet’ van de regering nog verder ondermijnen.
Terwijl rechters steeds terughoudender worden om het verbod dat is ingevoerd door artikel 18 automatisch toe te passen, blijven verschillende gemeenten, onder impuls van zowel rechtse als linkse burgemeesters, winkeliers opdragen hun deuren te sluiten.
Deze recente uitspraken voegen zich bij een groeiende reeks gerechtelijke beslissingen die de praktische toepassing van het decreet ter discussie stellen, terwijl de toekomst van de Italiaanse hennepindustrie nu grotendeels afhangt van de komende uitspraken van het Constitutioneel Hof en het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Een rechtbank in Ligurië schort een sluitingsbevel in Ventimiglia op
Op 11 juni heeft het Regionaal Administratief Tribunaal (TAR) van Ligurië een besluit opgeschort dat was uitgevaardigd door de gemeente Ventimiglia, waarin werd geëist dat een detailhandelaar zou stoppen met de verkoop van hennepbloemen en afgeleide producten via automaten.
De gemeente had de sluiting op 10 maart bevolen, met het argument dat artikel 18 van het veiligheidsdecreet onmiddellijk van toepassing was en het verbod rechtvaardigde, zonder dat hoefde te worden beoordeeld of de producten psychoactieve effecten hadden. De autoriteiten stelden dat deze maatregel noodzakelijk was om de openbare orde te beschermen.
De rechters gingen niet mee in dit argument en besloten het besluit op te schorten in afwachting van de behandeling van de zaak ten gronde. Volgens de rechtbank zou de onmiddellijke toepassing van de sluiting het bedrijf „ernstige en onherstelbare schade“ kunnen toebrengen, wat tot faillissement zou kunnen leiden.
De advocaat Lorenzo Simonetti, die de winkelier vertegenwoordigde, verklaarde dat deze beslissing een bredere juridische grondbeginsel weerspiegelde, voortkomend uit de strafrechtelijke jurisprudentie.
„De impliciete reden voor deze opschorting is in de eerste plaats een andere: er is concreet bewijs van psychoactieve effecten vereist om de verkoop van ‚cannabis light‘ te verbieden, zoals blijkt uit de strafrechtelijke jurisprudentie.“
De heer Simonetti beschreef deze uitspraak tevens als de eerste beslissing van een administratieve rechtbank die zich zowel op de administratieve als op de strafrechtelijke jurisprudentie baseert om de rechtmatigheid van de detailhandel te onderbouwen.
Zaak in Lombardije opgeschort in afwachting van uitspraken van hogere rechtbanken
Een soortgelijk geschil speelde zich af in Nova Milanese, in Lombardije. Daar heeft de gemeente eveneens een detailhandelaar in hennep opgedragen zijn activiteiten te staken op grond van het veiligheidsdecreet, waarbij werd gedreigd het pand te verzegelen.
In tegenstelling tot de zaak in Ventimiglia besloot de eigenaar van de zaak echter zijn winkel te sluiten voordat de rechtbank uitspraak had gedaan over het beroep.
Op 17 juni, heeft de regionale administratieve rechtbank van Lombardije de procedure opgeschort en besloten te wachten op richtlijnen van het Hof van Justitie van de Europese Unie of het Italiaanse Constitutionele Hof alvorens een definitieve uitspraak te doen.
Een cruciale zitting voor het Constitutioneel Hof staat gepland op 21 oktober 2026, een datum die naar verwachting een doorslaggevende rol zal spelen bij het bepalen van de toekomstige juridische status van hennepbloemen in Italië.
De politieke verdeeldheid blijft onduidelijk
Deze juridische geschillen benadrukken ook de complexiteit van het politieke landschap rond de regelgeving inzake hennep. Het besluit tot sluiting in Ventimiglia werd ondertekend door burgemeester Flavio Di Muro, lid van de rechtse partij „La Lega“. In Nova Milanese daarentegen werd het besluit genomen door burgemeester Fabrizio Pagani, die met steun van de Democratische Partij (centrumlinks) werd gekozen.
Deze situatie staat in contrast met de algemene juridische strategie van de Democratische Partij, aangezien de regionale regeringen van Apulië en Emilia-Romagna het nationale verbod hebben aangevochten bij het Constitutioneel Hof.
Advocaat Giacomo Bulleri is van mening dat deze schijnbare tegenstrijdigheid een langdurige trend weerspiegelt: „Al vele jaren stel ik vast dat de vijandigheid tegenover hennep de politieke scheidslijnen overschrijdt, zowel bij rechts als bij links, zonder groot onderscheid.”
De sector geniet steeds meer juridische steun
De beroepsvereniging Canapa Sativa Italia heeft het besluit van Ligurië toegejuicht als een nieuwe bevestiging dat artikel 18 op zichzelf geen rechtvaardiging kan vormen voor de ontmanteling van de legale hennepsector in Italië. De vereniging herhaalde een standpunt dat zij via haar Waarnemingscentrum voor artikel 18 verdedigt.
„Dit is precies de lijn die wij binnen het Observatorium van artikel 18 verdedigen: de bloem op zich is niet voldoende om een strafbaar feit te vormen, en artikel 18 op zich is niet voldoende om een hele toeleveringsketen teniet te doen.”
Voorlopig blijft het juridische landschap gefragmenteerd. Sommige bedrijven zetten hun activiteiten voort onder bescherming van de rechtbanken, terwijl andere al hun deuren hebben gesloten als gevolg van dwangmaatregelen van gemeenten. Alle ogen zijn nu gericht op het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat uiteindelijk de toekomst van de CBD-bloemenmarkt in Italië zou kunnen bepalen.